naaitermen uitgelegd door GG atelier

Naaitermen uitgelegd, naai abc

Naaitermen uitgelegd het naai abc van GG atelier dat wil jij toch ook? Want heb jij dat ook dat je denkt wat bedoelen ze met dit woord of deze naaiterm? Zoals aanhechten, recht van draad, doorslaan, naadwaarde enz. Vooral beginnende naaisters komen met naaien woorden tegen waarvan je denk? En dat je echt niet weet wat ze daarmee bedoelen of wat de naai juf van je wil. 

Ik neem je aan de hand van een naai abc mee door de meeste naaitermen. En zo heb je een naslagwerk wat je er altijd even bij kunt pakken als je het even niet meer weet.

Naaitermen uitgelegd het naai abc van GG atelier:

A aan en afhechten:

Als je een naad naait ga je na de eerste cm weer even achteruit terug naar het begin dit noem je aanhechten. Hetzelfde doe je als je stopt met het naaien van je naad dit voorkomt dat je naad losgaat.

B beleg en biasband:

Een beleg is een stuk stof in de vorm van je kledingstuk waarmee je je kleding mooi afwerkt. Bij een jurk kan je je hals afwerken met een beleg en op deze manier ook je rits mooi wegwerken. Je verstevigd een beleg meestal met vlieseline.

Biasband is een smalle strook stof wat schuin van draad is en aan 2 kanten naar binnen gevouwen. Je gebruikt dit om bij een gilet bijv. de naden af te werken. Rekbaar biasband kan je gebruiken voor rekbare stoffen om halzen en mouwzomen mee af te werken. 

C coupenaad en coverlock:

Coupenaad is een naad in een dameskleding stuk om ruimte te geven voor de buste. Stik deze altijd vanaf de zijnaad naar de buste en leg daar een knoopje in ipv afhechten.

Een coverlock is een machine waar je rekbare zomen mee kunt naaien en mooie halsboorden. 

D doorslaan, diy-pakketjes 

 Doorslaan hoef je niet heel vaak te doen maar met moeilijke projecten is het wel fijn. Met een dubbel rijggaren volg je de lijn van het patroon en maak je lussen. Als je het patroon eraf haalt trek je voorzichtig de stof iets van elkaar en knip je de draden die aan de binnenkant zitten door. Zo zie je precies waar de naad loopt.

Diy-pakketjes staan ook in mijn shop je kunt met deze pakketjes zelfstandig aan de slag. Alle benodigde materialen zitten erbij in begrepen dus je hoeft geen losse materialen te kopen. En een stappenplan met foto’s zit erbij zodat je leest en ziet welke stappen je moet nemen om een mooi project te maken.

E elastiek

Elastiek is een elastische band die je in je kledingstuk verwerkt zoals bij een heupboord. Door elastiek er door te rijgen behoud je een rekbaar boord maar zakt je kledingstuk niet af. 

F figuurnaad

Een figuurnaad is een naad in je kledingstuk die ervoor zorgt dat je kledingstuk mooi om je lichaam valt. Heb je een holle rug voeg dat 2 figuurnaden in de rugpand toe zodat hij mooi aansluitend valt. 

G garen, goede kant stof

Koop het liefs garen van een merk als guterman of metler want niets is zo vervelend als je naaimachine steeds vast loopt. Merkloos garen zit sneller vast en breekt ook geregeld.

De mooie kant van de stof die je wilt zien noem je de goede kant van de stof. En als je een naad wil naaien leg je de goede kanten van de stof tegen elkaar en naai je op de verkeerde kant. Zo blijft de naad aan de binnenkant van je kledingstuk.

H halsboord

Voor een halsboord kan je het beste boordstof gebruiken omdat daar de meeste rek in zit en daardoor valt het mooier. Wil je een mooi aansluitend boord meet je patroon langs de halslijn op en deel door 100 x 70 en tel er 2 cm bij op voor de naad. Dit is wel afhankelijk van de rekbaarheid van de boordstof.

I inspiratie 

Inspiratie waar doe je dat op? Buiten in de natuur, op het schoolplein of gewoon ff naar de stad en dan kijken wat er is en wat je dan anders zou doen.

J jas

Een zelfgemaakte jas is meestal wel wat werk maar je hebt er ook super veel plezier van. Het is meestal een kledingstuk wat elke dag gedragen wordt. En helemaal fijn als het precies op jou eigen maat is.

K Knipjes

Met knipjes maak je een mooie ronding maar wees wel heel voorzichtig. Je knipt vanaf de naad naar het stiksel toe en dan met kleine stukjes ertussen.

L loc machine, liniaal

Een loc machine is fantastisch om te hebben omdat je de naden er zo mooi mee afwerkt. En als je met 4 draden werkt kan je ook een heel kledingstuk ermee in elkaar zetten. Vooral voor sweaters is dat ideaal omdat je zo toch rekbare naden houdt.

Een quiltliniaal gebruiken m’n cursisten in het atelier om te checken of de stof recht ligt. Zelf gebruik ik hem graag om een kledingstuk te tekenen en om boorden langs te snijden.

Een strijkliniaal is helemaal fijn om je zomen mee om te strijken zodat je hem daarna makkelijker kan naaien en je niet alles helemaal op hoef te meten en aftekenen met een zoommaatje.

M maattabel, markeringen, markeerstift, middenvoor/achter

Een unieke en uitgebreide maattabel kan je aanvragen via de site van GG atelier. Dit is een hele uitgebreide maattabel zodat je ook aanpassingen kunt maken op je patroon.

Markeringen/streepjes op de patroondelen kan je makkelijk overnemen met de markeerstift ook wel verdwijnstift genoemd. 

Middenvoor en middenachter is de rechte lijn die in de lengte over je patroon loopt in het midden van voor of achter. Deze wordt bij een t-shirt of sweater tegen de stofvouw gelegd.

N naaimachine, naadwaarde

Zonder naaimachine is het lastig om een kledingstuk te maken. Wil je er een aanschaffen ga dan wel naar een echte winkel omdat je dan je garantie hebt en service. Zelf vind ik Inge Naaimachines in Eindhoven top maar ook Matson in Rotterdam heeft een goede service en advies.

Naadwaarde of naadtoeslag is een rand stof langs je patroon en hou je meestal op 1 cm. Je knipt dus 1 cm naast het patroondeel evt met naadtoeslagmagneten en je naait dan met 1 cm afstand de naden. 

O ontspanning, over en onderslag

Wil je graag ontspanning en toch iets leuks maken ga dan achter de naaimachine, kom naar een naaidag of op naailes bij GG atelier.

Over en onderslag bij kleding is het bovenste of onderste gedeelte wat over elkaar heen gaat. Bij een blouse heb je de overslag met knoopsgaten en onderslag met de knopen. Let bij een wikkeljurk of rokje ook altijd of je de goed kant over elkaar heen slaat.

P patroon, patroontekenles

Een patroon vind je in patroontijdschriften zoals de LMV, Ottobre, Fibremood. Maar er zijn ook veel gave patroonboeken voor kinderkleding, herenkleding of alleen rokken & jurken enz. Maar er zijn ook ontwerpers die losse patronen uitbrengen zoals Bel Etoile, Notches enz… 

Patroontekenles is gaaf als je wil leren hoe patronen in elkaar zitten en leer ik je graag. Het is heerlijk als je een kledingstuk in je hoofd hebt en die dan ook helemaal op je eigen maat kan tekenen. Ik gebruik de methode van mode op maat en dat is een fijne eenvoudige methode.

Q quilten

 Een quilt is meestal een deken met een mooie unieke bovenkant van allemaal kleine stukjes stof. Daaronder een tussenvulling en een achterkant. Je kunt ook van gequilte stof etuis maken en op deze manier je restjes opmaken.

R rijgen, recht van draad

Rijgen doe handmatig met een rijgdraad en naald om te kijken hoe de pasvorm is van je kledingstuk. Vooral voor een jas, mantel of een jurk met veel deelnaden fijn omdat je op deze manier sneller aanpassingen kunt toepassen. Als de rijgdraad goed zit dan kan je er net naast naaien en verschuift de stof ook niet zo snel.

S spelden, stofvouw, stofbreedte

Spelden gebruik je om je patroon op de stof te spelden en om 2 lagen stof aan elkaar vast te maken voordat je naait. Koop wel goede glaskopspelden want er zit veel verschil in en als je botte spelden gebruikt dan heb je zo een haal in je stof.

Stofvouw is de vouw die ontstaat wanneer je de stof dubbel legt. Vaak moet je bij een sweater, jurk ec de middenvoor en/of middenachter tegen de stofvouw leggen. Op deze manier heb je middenvoor en middenachter geen genaaide naad.

Stofbreedte is de breedte van je stof als je hem helemaal open hebt gevouwen want het zit meestal dubbel op de rol. Je hebt stofbreedte variërend van 90-150 cm breed wel handig om op te letten als je stof koopt want soms passen de patroondelen dan niet meer naast elkaar.

T tornmesje

Een tornmesje is een hulpmiddel die je gebruikt bij het uithalen van naden. Het heeft een scherpe punt en een puntje met een bolletje erop hiertussen zit een vlijmscherp mesje waarmee je de draden door kunt snijden. Ook je knoopsgaten kan je ermee open maken.

U uithalen

Uithalen hoort helaas ook bij naaien en is meestal niet zo’n favoriet klusje maar je leert er meestal wel veel van.

V vlieseline

Vlieseline gebruik je om je beleggen te verstevigen of bij een overslag waar knopen of knoopsgaten komen. Koop wel katoenvlieseline of alleen van het merk vlieseline omdat de merkloze snel los gaat. Meestal gebruik je vlieseline met een lijmlaagje die smelt als je het vast perst met het strijkijzer.

W wassen

Als het lukt was de nieuwe stof eerst even voordat je hem gebruikt. Zo voorkom je dat je een kledingstuk klaar hebt en na het wassen opeens te klein is doordat de stof gekrompen is. Liefst met een scheut natuurazijn erbij om de kleur beter vast te houden.

X en Y horen erbij maar niet bij naaitermen of het naai abc

x en y horen erbij maar ik weet even geen naaitermen die passen bij het naai abc

Z zelfkant, zoom, zigzaggen

De zelfkant zit aan de zijkanten van de stof, is meestal afgewerkt en loopt altijd in de lengte van de stof.

Zomen heb je aan de onderkant van een kledingstuk en ik adviseer eigenlijk om een zoom van min 3 cm te gebruiken zo voorkom je dat hij omslaat.

Zigzaggen doe je op de naaimachine om te voorkomen dat de stof gaat rafelen.

Naaitermen uitgelegd het naai abc van GG atelier

Ik ben heel benieuwd wat je van deze blog: naaitermen uitgelegd, naai abc vond laat het weten via het contactformulier. 

 

knoopje

Telefoonnummer

Gerda van Dorp

06-47057260

Adres

Sleedoornhof 6

2923 EN Krimpen aan den IJssel

Email

info@ggatelier.nl

Vul het contactformulier in en je krijgt zo snel mogelijk een reactie van mij!

2 + 8 =